naar top
Menu
Logo Print

“FINAAL ZAL INDUSTRIE 4.0 VOOR
MEER WERKGELEGENHEID ZORGEN"

Visie op digitale revolutie van Flanders Make, bij monde van CEO Dirk Torfs

Veel bedrijfsleiders of productieverantwoordelijken van (kleine) kmo's hebben bij het lezen van de term Industrie 4.0 al snel de neiging de pagina om te slaan, omdat ze denken dat dit geen spek voor hun bek is. Die veronderstelling klopt niet. Ook voor bedrijven zonder gigantisch budget bestaan er diverse manieren om toch garen te spinnen bij deze transformatie. Want vergis je niet: dit is geen trein die je je kunt veroorloven te missen. Dirk Torfs, algemeen directeur van Flanders Make, legt uit waarom deze digitale revolutie zo hoog scoort op de schaal van Richter.

Personalia Dirk Torfs

Opleiding:
- Master of Applied Engineering (Mechanical Engineering, Production Technologies) aan de faculteit Engineering van KU Leuven.
- Doctor in Applied Science aan de KU Leuven.
- MBA degree aan de Flanders Business School.

Ervaring
- Dirk Torfs startte zijn industriële carrière in 1995 bij Trasys NV waar hij projecten en programma's coördineerde voor het European Space Agency.
- Vice President and Local Division Manager bij ABB Benelux voor de Automation and Motion Division.
- CEO Flanders Make.


Industrie 4.0 is bijna een containerbegrip geworden, waarbij het niet altijd even duidelijk is wat er precies mee wordt bedoeld. Hoe definiëren jullie de term?

Dirk Torfs: “De term heeft zowel betrekking op de technologie als op het businessmodel daarachter. Enerzijds wordt met Industrie 4.0 de technologie bedoeld die toelaat om producten en het productiesysteem slimmer te makenen met elkaar te verbinden, wat we smart connectivity noemen. Anderzijds moet je daar de nieuwe businessmodellen onderbegrijpen die zullen ontstaan als gevolg van de digitale technologie."


Hoe moet ik mij deze nieuwe businessmodellen voorstellen?

Torfs: “Airbnb en Uber zijn in dit verband twee duidelijke voorbeelden. Zij beschikken niet meer over de assets zelf, respectievelijk kamers en auto's. In de plaats daarvan bieden ze een platform aan. Met andere woorden: het gaat over een business die gestoeld is op service. Cruciaal in de verhaal is dat je jouw product door en door beheerst, en daar helpt de beschikbaarheid van data bij. Stel dat je geen compressoren maar lucht gaat verkopen, dan komt het erop aan dat de compressor te allen tijde blijft draaien. Daarvoor moet je precies weten wat de toestand van de compressor is. Pas dan kun je defecten zien aankomen en erop anticiperen door tijdig in te grijpen vóór de faling. Deze voorbeelden tonen aan dat Industrie 4.0 zonder meer een fundamentele transformatie behelst."


Uit een gezamenlijke bevraging door Flanders Make en PwC bij dertig leidinggevende bedrijven in België bleken er twee groepen te bestaan:een die de technologie aangrijpt om incrementeel te verbeteren, en een ander met veel grotere ambities die in Industrie 4.0 een revolutie zietmet het potentieel om de omzet met minstens 30% te verhogen. Aan welke kant staan jullie?

Torfs: “De bedrijven die de technologie als een revolutie zien en ze eerst gebruiken om een analyse van hun businessmodel te maken en daarna om het model bij te spijkeren of eventueel zelfs helemaal om te gooien, zullen het meest profijt halen uit Industrie 4.0. Ook bedrijven die het incrementeel aanpakken en zich beperken tot het optimaliseren van hun product of productiesysteem echter, behalen voordeel. Met servicebedrijven alleen redden we het niet, er moet natuurlijk ook productie zijn. Het is een en-en-verhaal, alleen denk ik wel dat de bedrijven die voor optimalisatie kiezen in de waardeketen een andere rol toebedeeld zullen krijgen."


Het gros van de Belgische metaalindustrie bestaat uit kleine veelal familiale kmo's zonder eigen product die als toeleverancier optreden. Zij kunnen toch alleen maar proberen met de digitale technologie hun productiesysteem te optimaliseren?

Torfs: “Klopt, en dat kunnen ze doen door digitaal te verbinden met hun leverancier en met hun klanten. Door in te pluggen op het netwerk van die laatste krijgen ze een precies beeld van de orderportefeuille. Dat geeft de toeleveranciers de mogelijkheid hun eigen productie beter te plannen en de voorspelling op lange termijn in hun eigen toekomstprojectie mee te nemen. Daardoor kan er worden ingepland en veel efficiënter geproduceerd: denk aan kleinere stocks of het inplannen van onderhoud in de rustiger periodes. Ook voor hun klanten is dit een voordeel, want ze zullen beter en sneller hun bestellingen ontvangen. Maar vergeet ook niet dat in een digitale wereld groot én klein toegang heeft tot andere markten. Er is geen drempel meer om materialen in China te bestellen of met andere bedrijven en kennisinstituten te gaan samenwerken. Het belang van allianties aan te gaan, kan ik niet genoeg onderstrepen. Door deel uit te maken van een dergelijk ecosysteem heb je toch toegang tot kennis en technologie die je zelf niet in huis hebt, en hoef je er dus ook niet in te investeren. Dit ecosysteem helpt hen om te gaan met de complex wereld van vandaag. Op die manier kun je de snelheid van innovatie zodanig opdrijven dat je competitiviteit gegarandeerd is. En waarom zouden toeleveranciers dan ook geen eigen producten kunnen gaan ontwikkelen?"


Het woord optimaliseren is al een paar keer gevallen. Hoe gaat Industrie 4.0 daar concreet voor zorgen?

Torfs: “Via 'multi-context adaptability'. Stel je voor dat er van een bepaalde fabrikant machines staan in China, India en Europa. Die worden geconnecteerd, de data worden verzameld en geanalyseerd. Op dat moment kan de fabrikant de productie van zijn klant gaan optimaliseren. Voor de gebruiker levert het aanpassen van de instellingen een hogere output op, de fabrikant leert dan weer zijn eigen product beter kennen, kennis die hij kan gaan gebruiken om de volgende keer een nieuwe machine op te leveren met betere begininstellingen."

FLANDERS MAKE EN INDUSTRIE 4.0
Flanders Make is het strategisch onderzoekscentrum voor de maakindustrie in Vlaanderen, dat in samenwerking met onderzoeksinstellingen en partnerbedrijven innovatie wil stimuleren om zo de competitiviteit van onze industrie te verhogen. Wat industrie 4.0 betreft, wordt onder meer op volgende sporen gewerkt:

- model-based data analytics: op basis van modellen wordt het gebruik van producten geanalyseerd en daarna geoptimaliseerd, bijvoorbeeld om storingen te voorkomen;

- operatorondersteuning: door een combinatie van video, foto, tekst en nieuwe technologieën zoals Augmented en Virtual Reality komt men tot betere werkinstructies voor de operator. Dit wordt ook ingevoerd voor efficiëntere opleidingen en het sneller en flexibeler implementeren van aanpassingen aan ontwerpen. Ook het kennis- en ervaringsniveau van de operator wordt hierin meegenomen;

- collaboratieve robots: door mens en robot te laten samenwerken kunnen de sterke punten van beide worden gecombineerd en kan de productiekost worden verlaagd;

- smart connectivity: systemen die aan elkaar zijn gekoppeld, zullen op basis van de data die ze binnenkrijgen, onder meer afkomstig uit sensoren, autonoom beslissingen kunnen nemen. In het tijdperk van e-commerce is een korte leveringstermijn immers absoluut noodzakelijk.


Niet alleen ontbreekt het ons vooralsnog aaneen algemene standaard, vandaag brengt het connecteren nog altijd grote risico's met zich mee. Staan we wat data security betreft al ver genoeg om met een gerust hart een systeem open te gooien?

Torfs: “Op het vlak van data security staan we mijns inziens nog niet ver genoeg, de regels zijn er nog onvoldoende uitgewerkt. Ook van een standaard voor het opslaan en analyseren van data is er voorlopig nog geen sprake, zelfs in Duitsland worstelt men nog met dit probleem. Daar staat wel tegenover dat platformaanbieders sowieso zullen moeten interfacen. Op een gegeven ogenblik zullen ze daarom ongetwijfeld een standaard aan de fabrikanten opleggen, maar daar zijn we nu nog niet aan toe. Momenteel is het een kwestie van de ontwikkelingen goed op te volgen, want finaal zal zich een trend aftekenen, en als je dan de verkeerde richting hebt gekozen, betekent dit wellicht een ingrijpend herontwerp van zowel product als proces."


Wat betekent deze hele revolutie voor de werkgelegenheid en de jobinhoud van de operatoren?

Torfs: “We zullen zonder twijfel andere profielen nodig hebben omdat de jobinhoud verschuift in de richting van supervisie, weg van de eigenlijke uitvoering. Dat betekent echter niet dat we geen behoefte aan productiespecialisten meer zullen hebben, de machines zelf moeten tenslotte eerst worden gemaakt. En ook voor de lager opgeleide operatoren is er een plaats. Het is precies de technologie van Industrie 4.0 in de vorm van Augmented Reality die dit soort van operatoren zal ondersteunen in hun overgang naar meer hoogwaardige taken en voor werkbaar werk zorgen. Uiteindelijk moeten de verhoogde kennis en alle operaties ter optimalisering van het proces en het product samen uitmonden in een gepersonaliseerde productie tegen de kost van serieproductie. Dat moet West-Europa in staat stellen om de productie hier te houden en waarschijnlijk zelfs terug te halen; belangrijk want zonder productie verdwijnt ook het toegepaste onderzoek, en zo ontwricht het volledige industriële weefsel. Ik ben ervan overtuigd dat Industrie 4.0 finaal voor meer werkgelegenheid in de maakindustie zal zorgen. Een voorbeeld. Door middel van een connectie en met behulp van een augmentedrealitybril voor de operator in China die de instructies zal moeten uitvoeren, kan vanuit België een onderhoud of een herstelling aan een machine in China worden aangestuurd. Dat bespaart twee reisdagen en een hoop kosten en de onderhoudstechnici kunnen hier worden aangeworven. Kortom, de opportuniteiten zijn legio."


U bent daar duidelijk van overtuigd, maar zijn de Belgische bedrijven dat ook? Uit dezelfde rondvraag bleek dat we minder investeren in Industrie 4.0 dan de rest van de wereld.

Torfs: “Zelfs rekening houdend met de bemerking dat het voor bedrijfsleiders wellicht niet helemaal duidelijk was welke investeringen daar nu precies onder vallen, moeten we vaststellen dat we met name in de productiesystemen achterop hinken. Dat is een probleem. Qua productinnovatie zitten we wel op schema. De verklaring voor dat verschil schuilt in het feit dat de productie als een kost wordt gezien. Elke investering daarin moet in de ogen van de beslissingsnemers om die reden zo snel mogelijk worden terugverdiend. Maar het is duidelijk dat we vanuit Flanders Make pleiten voor meer investeringen of vragen dat ten minste een deel van het geld dat naar productontwikkeling zou gaan, in productie- R&D wordt gestoken. The day of tomorrow is namelijk minstens even zo belangrijk als vandaag."