naar top
Menu
Logo Print

INSTALLATIE VAN APPARATEN

Een van de belangrijke schakels in de correcte uitvoering van de ATEX-richtlijnen is de elektricien. Hij of zij moet zich er altijd van vergewissen of er ATEX-zones in een bedrijf zijn en welke gevolgen die kunnen hebben op de installatie die u moet plaatsen. Soms loert het gevaar hier in een klein hoekje.

Zo is er het voorbeeld van een Frans diepvriesmagazijn. Niemand denkt hier aan explosiegevaar, maar de twee reachtrucks die af en aan rijden, moesten 's nachts wel worden opgeladen. Dat gebeurde in een sasruimte tussen het magazijn en de laadkade. Het bedrijf was niet goed op de hoogte van de ATEX-vereisten en liet de elektricien een 'gewone' verdeelkast plaatsen in die kleine, slecht verluchte ruimte. Toen er 's nachts iets misliep bij het opladen van de batterijen, vulde de ruimte zich met het uiterst gevaarlijke waterstof. Toen de ochtendploeg begon, was het openen van de diepvriesdeur voldoende om via de schakelaar een vonkje te genereren, dat het waterstofgas tot ontploffing bracht. De betrokken werknemer die de deur opende, raakte zwaargewond.

Aangepaste componenten

De fabrikant is verantwoordelijk om hun componenten geschikt te laten verklaren voor een bepaalde ATEX-zone. Op elke ATEX-gecertificeerde component komt een code die aanduidt waar het apparaat gebruikt kan worden. De aanduiding is steeds te vinden op de betreffende component, maar vraag bij de minste twijfel altijd even na. Merk op dat componenten verder opgedeeld worden volgens de wijze waarop ze bescherming bieden. Dat gebeurt via de aanduiding Ex met een bijbehorende letter zoals Ex d of Ex n.

COMPONENTEN VOLGENS BESCHERMING

Ontwerpmethode

Beschermingstype

Ontworpen om elke vorm
van ontsteking te verhinderen

Ex e Increased Safety
Ex n of Ex N Non Sparking

Ontworpen, zodat de ontstekingsenergie beperkt is

Ex I Intrinsic Safety
Ex e Increased safety

Ontworpen, zodat een ontvlambaar mengsel niet tot bij een ontstekingsbron kan raken

Ex m Encapsulation
Ex p Pressurisation
Ex o Oil Immersion
Ex nR of Ex N Restricted Breathing
Ex t Protection by Enclosure

Ontworpen, zodat een ontsteking
zich niet verder kan verspreiden

Ex d Flameproof Enclosure
Ex q Powder Filling

 

Verder bestaat een ATEX-code meestal nog uit een aanduiding die de maximale oppervlaktetemperatuur van de component opgeeft, over een Ingress Protection-getal (IP-waarde) en over een indicatie van de toepasbare gasgroep (I, IIA, IIB en IIC). I staat hier voor mijnbouw, de groep onder II voor alle andere industriële toepassingen. De A, B en C staan voor het type gas.

Verlichting

Bij verlichting wordt de lamp, en eventueel het voorschakelapparaat, in een afgesloten behuizing van polycarbonaat geplaatst. Belangrijk hierbij is dat de behuizing na de installatie weer correct dichtgemaakt wordt volgens de aanduidingen van de fabrikant. In bepaalde gevallen moet daarvoor een momentsleutel gebruikt worden, die er dan voor zorgt dat de afsluiting niet te zacht, maar ook niet te hard gebeurt. Een ander belangrijk aandachtspunt is de verbinding met de bekabeling. Meer daarover onder de hoofding 'wartels'. Het is ook opletten geblazen bij de vervanging. Al te vaak gebeurt het dat de bescherming ongedaan gemaakt wordt, doordat de behuizing bijvoorbeeld vervangen wordt door een exemplaar met de verkeerde beschermingswijze.
 

Bekabeling

Over bekabeling kunnen we kort zijn: er bestaan eigenlijk geen echt specifieke ATEX-kabels. Kabels worden niet gezien als een 'apparaat' en maken dus niet rechtstreeks deel uit van de ATEX-richtlijnen. Wel moet u erop toezien dat u een kwaliteitskabel gebruikt zonder knikken of scheuren in de mantel. Bovendien mag de kabel geen aanleiding geven tot warmteontwikkeling of vonkvorming. Bemerk dat de temperatuurontwikkeling in een kabel in rechtstreeks verband staat met de diameter en de lengte van de geleiders. Berekenen is dus de boodschap! Ook belangrijk is de wijze waarop de kabel aangesloten is op de andere componenten in de installatie, want hier worden vaak fouten tegen gemaakt.

Wartels

De wartelkeuze staat perfect beschreven in de richtlijnen. In deze norm staat aangegeven welke wartels gebruikt kunnen worden bij de van toepassing zijnde beschermingswijze. Het valt aan te raden om zo veel mogelijk gebruik te maken van apparaten waarvan al de wartels voorzien zijn. Zo bent u er zeker van dat u de wartel in dezelfde ATEX-zone kan gebruiken, tenzij anders aangegeven door de fabrikant.
Moet u toch wartels gebruiken, plaats ze dan volgens de regels van de kunst. Een stevige verbinding, geen zichtbare naakte geleiders, en vergeet de aarding van het scherm niet.
 

Verdeeldozen

In verdeeldozen worden geleiders samengebracht. Elke elektricien weet wat dit betekent: gevaar op slechte contacten, kortsluitingen en vonken. Niet meteen iets wat je wilt in een explosiegevoelige omgeving. Explosieveilige verdeeldozen zijn er daarom steeds op gericht om zowel preventief als curatief op te treden. Preventief, omdat ze zo gebouwd zijn dat ze geen uitwendige explosiegevaarlijke stoffen of gasmengsels binnenlaten bij de contacten. En curatief, omdat ze zo robuust gebouwd zijn dat mogelijke inwendige vonken binnen de behuizing blijven. Beschermingswijzen Ex d (Flameproof Enclosure) en Ex e (Increased Safety) worden hier vaak toegepast.

 

Stekkers

Stekkers zijn een belangrijk aandachtspunt bij installaties in ATEX-omgevingen. Terwijl de meeste elektrische componenten veilig weggeborgen kunnen worden in een aangepaste verdeelkast, is dit voor stekkers niet het geval. Door hun functie, het maken en breken van contacten, zijn ze bovendien extra gevaarlijk in dit soort omgevingen. Hun opbouw zal er dan ook voornamelijk uit bestaan om mogelijke vlambogen of contactvonken te voorkomen, af te schermen en te smoren. In afbeelding 2 vindt u een voorbeeld van een dergelijke technologie.

 

Aarding

Vaak wat stiefmoederlijk behandeld, maar enorm belangrijk in elke ATEX-omgeving! Hou ermee rekening dat elk potentiaalverschil kan leiden tot een vonkoverslag. Alle onderdelen moeten dus perfect verbonden worden met dezelfde potentiaalvereffening via de daartoe voorziene aansluiting op elke component. Zelf de aansluiting maken, zoals weleens gebeurt bij kabelgoten, is dus uit den boze in de ATEX-omgeving. Kies ook een geleider met voldoende sectie om een goede aarding te waarborgen.